top of page
Silhouette van een man voor een vuur

Wat mij telkens raakt binnen Internal Family Systems, is de manier waarop er wordt gekeken naar hoe iemand zich beschermt tegen overweldigende pijn.


Het soms extreme, zelfdestructieve gedrag dat ik als tiener ontwikkelde om mijn emoties te verdoven, werd binnen behandeling vaak in bedwang gehouden. In behandeling ging vaak zóveel aandacht uit naar dit gedrag dat er nauwelijks ruimte was om te kijken naar wat daaronder lag. Dat maakte dat behandelteams soms tegenover mij kwamen te staan, door het gedrag dat ik liet zien met alle mogelijke middelen te bestrijden, terwijl ik innerlijk precies dezelfde strijd voerde.


Want ook ik veroordeelde mijn zelfdestructieve gedrag en wilde er graag vanaf, en ervoer veel onmacht daarin. Keer op keer probeerde ik ongezonde coping te vervangen door gezondere coping. Soms lukte dat tijdelijk en vond ik een sociaal meer geaccepteerde manier om mijn pijn te verdoven. Maar zodra traumatherapie werd opgestart, kwam mijn zelfdestructieve gedrag in alle hevigheid terug, waarna de traumatherapie vaak abrupt weer werd beëindigd. Dat kon voelen als straf en vergrootte mijn zelfveroordeling en schaamte.


Het respect en begrip dat er binnen IFS is voor de manieren waarop iemand zich beschermt tegen overweldigende pijn, was nieuw voor mij. Het was zo’n opluchting om kennis te maken met een andere benaderingswijze van hoe er omgegaan kan worden met interne bescherming, in het bijzonder met ‘firefighters’.


Firefighters blussen onze interne brandjes. Wanneer pijnlijke herinneringen, overtuigingen of gevoelens naar boven komen, grijpen zij in. Ze beschermen ons reactief door ons te verdoven of af te leiden zonder zich iets aan te trekken van de consequenties. Daarbij worden firefighters vaak gelijkgesteld aan het extreme gedrag dat zij kunnen inzetten, zoals zelfbeschadiging, middelengebruik, dissociatie, eetbuien en suïcidale gedachten en neigingen, terwijl hun beschermende intentie vaak niet wordt gezien.


"It's so committed to saving you, that it’s willing to kill you." - een uitspraak van Richard Schwartz, grondlegger van IFS, (die ik via een blog van Anne Marsman las).

Mijn firefighters hebben op momenten mijn leven gered en waren daarin tot alles bereid. Juist deze enorme toewijding maakt dat ik diep respect heb ontwikkeld voor deze delen, in mijzelf en in anderen, en compassie voor hun beschermende intentie en noodzaak, die zó vaak wordt gemist.


Door binnen therapie de strijd met deze delen te staken en hun intentie te zien, kan er samenwerking ontstaan. Dan hoeven deze delen vaak minder extreme middelen in te zetten om hun rol te vervullen. En bij voldoende vertrouwen van deze beschermende delen kan er ruimte ontstaan voor traumaverwerking, waarbij zij kunnen helpen aangeven wanneer iets té snel of té veel is, zodat we kunnen vertragen en doseren en traumaverwerking veilig kan plaatsvinden.


Ben je net zo enthousiast (geworden) over firefighters als ik? Nina van der Hoek en Saskia van der Schaaf hebben er ook een podcastaflevering aan gewijd: https://open.spotify.com/episode/2eATmn23qAC1KK3J1Y5N3H?si=b362366d519545b3

Vrouw met handen voor zich uit gestrekt

Weerstand wordt in therapie vaak gezien als iets wat de voortgang belemmert. Wanneer een cliënt niet bereid is om bepaalde dingen te doen, te vertellen of huiswerkopdrachten te maken, wordt er al snel gewezen naar de weerstand van de cliënt.


Weerstand wordt dan benaderd als iets dat doorbroken of uitgedaagd moet worden. De druk wordt opgevoerd en wanneer de weerstand aanhoudt, wordt de behandeling regelmatig beëindigd. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor het niet slagen van de behandeling bij de cliënt te liggen. Veel cliënten houden hier het gevoel aan over dat het aan hen ligt dat de therapie niet slaagt. Dit voedt schuldgevoel en schaamte, gevoelens die vaak al aanwezig waren.


Bijna nooit wordt weerstand gezien als wat het in essentie is: een nuttige en waardevolle vorm van bescherming.


Bij fysieke ziekte gebruiken we het woord weerstand heel anders. Dan verwijst het naar het vermogen van het lichaam om zichzelf te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. We erkennen dat het lichaam doet wat nodig is om te overleven.


Waarom kijken we bij psychisch lijden dan zo anders naar weerstand?


Wat in therapie vaak als weerstand wordt benoemd, is geen tegenwerking, maar een signaal dat er nog onvoldoende veiligheid wordt ervaren.


Binnen Internal Family Systems wordt weerstand begrepen als de activiteit beschermende delen die het systeem proberen te behoeden voor pijn, overweldiging of hertraumatisering.


Vanuit een polyvagaal perspectief kun je zeggen dat weerstand ontstaat wanneer wat er in het moment gebeurt, of dreigt te gebeuren, het zenuwstelsel uit regulatie dreigt te brengen. 


Weerstand is dan een poging om grip te houden op veiligheid.


Wanneer we deze bescherming proberen te doorbreken of te omzeilen, versterken we vaak het alarm. Het systeem leert opnieuw dat er niet geluisterd wordt en dat grenzen worden genegeerd. Juist bij cliënten met complex trauma, bij wie veiligheid en afstemming vaak eerder ontbraken, kan dit de overtuiging verdiepen dat zij ‘te moeilijk zijn’ of falen in behandeling.


Weerstand vraagt om nieuwsgierigheid en erkenning. Door ons naar deze bescherming toe te wenden, nieuwsgierig te worden naar de zorgen en deze serieus te nemen, ontstaat vaak meer veiligheid en ontspanning.


Ik kan me nog goed herinneren dat ik in therapie voor het eerst hoorde: “Sorry, ik ging te snel voor je.” Het was de eerste keer dat een therapeut excuses aanbood en vervolgens mijn tempo volgde. Hierdoor kon ik ook milder worden naar mijn eigen verdediging bij overweldiging, in dit geval dissociatie. Het gaf iets belangrijks aan waarnaar geluisterd werd. Dat moment was op zichzelf een herstellende ervaring.


Weerstand is geen blokkade op de weg naar herstel, het is onderdeel van de weg. Daarmee is het een waardevol onderdeel van de behandeling. Weerstand is een richtingaanwijzer die ons iets belangrijks vertelt, als we bereid zijn te luisteren.

Drie personen leggen hun handen op de schouders van een ander persoon

Als mens verlangen we allemaal naar verbinding, en tegelijkertijd kan juist die verbinding als bedreigend voelen. Nabijheid kan iets oproepen wat je zowel verlangt als vreest, en dat kan enorm verwarrend zijn.


Dat gebeurt vaak wanneer eerdere ervaringen van nabijheid waren verweven met gevaar. Bijvoorbeeld bij seksueel misbruik, wanneer iemand die lief deed en troost bood ook degene was die grenzen overschreed. Of wanneer een ouder of verzorger heel onvoorspelbaar was: soms warm en zorgzaam, soms afwijzend of agressief. En wanneer steun of troost vrijwel ontbraken, kan nabijheid simpelweg onbekend voelen. Onbekend is voor het zenuwstelsel automatisch onveilig.


Vriendelijkheid, empathie, troost en nabijheid kunnen dan spanning, wantrouwen of verwarring oproepen, hoe graag je ook verbinding zou willen.


Voor veel mensen met complex trauma voelt zelfregulatie dan veiliger dan co-regulatie. Om hulp vragen of steun ontvangen kan ondenkbaar lijken. Alleen zijn is voorspelbaar; contact is dat niet. Het zenuwstelsel kiest dan voor afstand of isolatie, niet omdat je niet wil verbinden, maar omdat dit ooit de veiligste, of de enige, manier was om te overleven.


Ook in therapie of begeleiding kan dit zichtbaar worden. Je kan dichtklappen als er warmte wordt aangeboden, afwerend reageren op empathie, of na een moment van nabijheid juist contact verbreken. Dat zijn beschermingsreacties van delen die ooit hebben geleerd dat nabijheid ook risico betekent.


Juist daarom is het zo waardevol om in een veilige relatie te mogen oefenen met contact. Dat begint al bij kleine keuzes: waar wil je zitten in de ruimte, hoeveel afstand voelt prettig, wil je dat iemand tegenover of naast je zit? Het zijn ogenschijnlijk kleine dingen, maar voor delen die ooit in verbinding zijn verwond, zijn dit essentiële vormen van afstemming.


Als mens hebben we allemaal behoefte aan verbinding, en sommige delen in ons dragen diepe verwondingen rondom die behoefte. Die delen verdienen geduld, zorgvuldigheid en ruimte om in hun eigen tempo tevoorschijn te komen. Het vraagt nieuwsgierigheid naar wat afstand, afweer of vijandigheid probeert te beschermen. En het vraagt tijd. Het herstellen van verwondingen rondom nabijheid en verbinding is meestal niet iets wat je van de ene op de andere dag herstelt, maar een langdurig proces.


bottom of page