top of page
Vrouw met handen voor zich uit gestrekt

Weerstand wordt in therapie vaak gezien als iets wat de voortgang belemmert. Wanneer een cliënt niet bereid is om bepaalde dingen te doen, te vertellen of huiswerkopdrachten te maken, wordt er al snel gewezen naar de weerstand van de cliënt.


Weerstand wordt dan benaderd als iets dat doorbroken of uitgedaagd moet worden. De druk wordt opgevoerd en wanneer de weerstand aanhoudt, wordt de behandeling regelmatig beëindigd. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor het niet slagen van de behandeling bij de cliënt te liggen. Veel cliënten houden hier het gevoel aan over dat het aan hen ligt dat de therapie niet slaagt. Dit voedt schuldgevoel en schaamte, gevoelens die vaak al aanwezig waren.


Bijna nooit wordt weerstand gezien als wat het in essentie is: een nuttige en waardevolle vorm van bescherming.


Bij fysieke ziekte gebruiken we het woord weerstand heel anders. Dan verwijst het naar het vermogen van het lichaam om zichzelf te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. We erkennen dat het lichaam doet wat nodig is om te overleven.


Waarom kijken we bij psychisch lijden dan zo anders naar weerstand?


Wat in therapie vaak als weerstand wordt benoemd, is geen tegenwerking, maar een signaal dat er nog onvoldoende veiligheid wordt ervaren.


Binnen Internal Family Systems wordt weerstand begrepen als de activiteit beschermende delen die het systeem proberen te behoeden voor pijn, overweldiging of hertraumatisering.


Vanuit een polyvagaal perspectief kun je zeggen dat weerstand ontstaat wanneer wat er in het moment gebeurt, of dreigt te gebeuren, het zenuwstelsel uit regulatie dreigt te brengen. 


Weerstand is dan een poging om grip te houden op veiligheid.


Wanneer we deze bescherming proberen te doorbreken of te omzeilen, versterken we vaak het alarm. Het systeem leert opnieuw dat er niet geluisterd wordt en dat grenzen worden genegeerd. Juist bij cliënten met complex trauma, bij wie veiligheid en afstemming vaak eerder ontbraken, kan dit de overtuiging verdiepen dat zij ‘te moeilijk zijn’ of falen in behandeling.


Weerstand vraagt om nieuwsgierigheid en erkenning. Door ons naar deze bescherming toe te wenden, nieuwsgierig te worden naar de zorgen en deze serieus te nemen, ontstaat vaak meer veiligheid en ontspanning.


Ik kan me nog goed herinneren dat ik in therapie voor het eerst hoorde: “Sorry, ik ging te snel voor je.” Het was de eerste keer dat een therapeut excuses aanbood en vervolgens mijn tempo volgde. Hierdoor kon ik ook milder worden naar mijn eigen verdediging bij overweldiging, in dit geval dissociatie. Het gaf iets belangrijks aan waarnaar geluisterd werd. Dat moment was op zichzelf een herstellende ervaring.


Weerstand is geen blokkade op de weg naar herstel, het is onderdeel van de weg. Daarmee is het een waardevol onderdeel van de behandeling. Weerstand is een richtingaanwijzer die ons iets belangrijks vertelt, als we bereid zijn te luisteren.

Drie personen leggen hun handen op de schouders van een ander persoon

Als mens verlangen we allemaal naar verbinding, en tegelijkertijd kan juist die verbinding als bedreigend voelen. Nabijheid kan iets oproepen wat je zowel verlangt als vreest, en dat kan enorm verwarrend zijn.


Dat gebeurt vaak wanneer eerdere ervaringen van nabijheid waren verweven met gevaar. Bijvoorbeeld bij seksueel misbruik, wanneer iemand die lief deed en troost bood ook degene was die grenzen overschreed. Of wanneer een ouder of verzorger heel onvoorspelbaar was: soms warm en zorgzaam, soms afwijzend of agressief. En wanneer steun of troost vrijwel ontbraken, kan nabijheid simpelweg onbekend voelen. Onbekend is voor het zenuwstelsel automatisch onveilig.


Vriendelijkheid, empathie, troost en nabijheid kunnen dan spanning, wantrouwen of verwarring oproepen, hoe graag je ook verbinding zou willen.


Voor veel mensen met complex trauma voelt zelfregulatie dan veiliger dan co-regulatie. Om hulp vragen of steun ontvangen kan ondenkbaar lijken. Alleen zijn is voorspelbaar; contact is dat niet. Het zenuwstelsel kiest dan voor afstand of isolatie, niet omdat je niet wil verbinden, maar omdat dit ooit de veiligste, of de enige, manier was om te overleven.


Ook in therapie of begeleiding kan dit zichtbaar worden. Je kan dichtklappen als er warmte wordt aangeboden, afwerend reageren op empathie, of na een moment van nabijheid juist contact verbreken. Dat zijn beschermingsreacties van delen die ooit hebben geleerd dat nabijheid ook risico betekent.


Juist daarom is het zo waardevol om in een veilige relatie te mogen oefenen met contact. Dat begint al bij kleine keuzes: waar wil je zitten in de ruimte, hoeveel afstand voelt prettig, wil je dat iemand tegenover of naast je zit? Het zijn ogenschijnlijk kleine dingen, maar voor delen die ooit in verbinding zijn verwond, zijn dit essentiële vormen van afstemming.


Als mens hebben we allemaal behoefte aan verbinding, en sommige delen in ons dragen diepe verwondingen rondom die behoefte. Die delen verdienen geduld, zorgvuldigheid en ruimte om in hun eigen tempo tevoorschijn te komen. Het vraagt nieuwsgierigheid naar wat afstand, afweer of vijandigheid probeert te beschermen. En het vraagt tijd. Het herstellen van verwondingen rondom nabijheid en verbinding is meestal niet iets wat je van de ene op de andere dag herstelt, maar een langdurig proces.


Een persoon die verschillende overlappende emoties ervaart

Overleving door minder te voelen

Volwassenen met complex trauma hebben als kind vaak geleerd te overleven door emoties minder of helemaal niet te voelen. Wanneer een omgeving langdurig onveilig, afhankelijk makend of onvoorspelbaar is, kan een kind niet rekenen op een volwassene die beschikbaar, afgestemd en veilig is. Terwijl juist die stabiele aanwezigheid nodig is om te leren omgaan met emoties.


Regulatie leren we in verbinding

Een jong kind kan emoties of stress nog niet zelfstandig reguleren. Co-regulatie is nodig om gezonde zelfregulatie te ontwikkelen. Via een aanwezige, kalme en afgestemde ouder of verzorger leert het zenuwstelsel hoe spanning kan oplopen en weer kan zakken. Het systeem stemt zich af op de regulatie van de ander. Zo leert het lichaam dat het tot rust kan komen, dat emoties er mogen zijn, en dat er steun beschikbaar is. Door herhaalde ervaringen groeit het vertrouwen dat gevoelens hanteerbaar zijn.


Wanneer die afstemming ontbreekt

Als co-regulatie ontbreekt, of wanneer het uiten van emoties eerder gevaar dan steun oplevert, gaat het zenuwstelsel emoties zien als bedreigend. Gevoelens en behoeften worden dan onderdrukt of verdoofd, bijvoorbeeld door dissociatie of zelfbeschadigend gedrag.


Ooit bescherming, later een probleem

Op volwassen leeftijd lijkt dit gedrag op emotionele ontregeling, maar in oorsprong zijn het vormen van regulatie. Misschien geen gezonde of gewenste vormen, maar manieren waarop het systeem probeerde om een draaglijke balans te creëren toen er geen andere opties beschikbaar waren. Deze strategieen worden automatische patronen. Wat ooit ter bescherming diende, kan later worden ervaren als het probleem.

Wanneer overleven betekent dat je niet voelt, is verwerken en tot rust komen niet mogelijk. Het systeem blijft dan alert en in een overlevingsmodus.


Wat er niet gebeurde

Bij complex trauma zit de kern niet alleen in wat er is gebeurd, maar ook in wat er níet is gebeurd: het ontvangen van veiligheid, steun en afstemming. En het is juist daar dat herstel kan beginnen.



bottom of page