top of page

In mijn leven ben ik veel beschreven, maar zelf heb ik ook veel geschreven.


Wat ooit onschuldig begon met: “Hallo, ik zal me even voorstellen. Ik ben Lotte en ik ben 10 jaar. Vandaag was het wel leuk op school.” werd al snel steeds serieuzer. Schrijven werd een noodzaak voor me. Mijn dagboeken waren jarenlang mijn enige houvast in een wereld waarin hulpverleners, instellingen en plekken voortdurend veranderden. Mijn dagboeken waren de enige plek waar ik mijn binnenwereld volledig aan toevertrouwde.


De afgelopen periode ben ik bezig geweest met het opvragen en laten vernietigen van al mijn jeugdzorgdossiers. Vervolgens ben ik mijn eigen archief ingedoken, bestaande uit tientallen dagboeken, om mijn eigen perspectief ernaast te kunnen leggen.


Het blijkt een soort ultieme narratieve exposure. Het is heftig om de dossiers en dagboeken terug te lezen. Verdrietig en boosmakend ook. Maar het doet me ook goed. Ik heb meer respect gekregen voor het meisje dat ik was. Vooral de dagboeken geven me zoveel helderheid over hoe alles is verlopen en hoe dat voor mij toen was. Ik ben mijn vroegere zelf nu zo dankbaar dat ik alles heb opgeschreven.


Het geeft me ook inspiratie om verder te schrijven. Om daar een plek en ruimte aan te geven, ben ik nu een Substack gestart: Een Papieren Meisje.


De naam is geïnspireerd op het artikel “Hoe het papieren meisje werd verpletterd door de bureaucratie” van VPRO Tegenlicht. Dit artikel vertelt hoe een veertienjarig meisje tijdens haar verblijf in jeugdzorginstellingen meerdere malen werd mishandeld, seksueel misbruikt en herhaaldelijk in een isoleercel geplaatst. Niemand spreekt of luistert echt naar het meisje. Voor de behandelaars bestaat ze vooral uit talloze dossiers. Uiteindelijk krijgt dit meisje daarom de bijnaam ‘het papieren meisje’.


Uiteraard is mijn verhaal anders dan het hare. Maar het raakte me, en ik herken het gevoel dat je binnen jeugdzorg steeds meer uit dossiers, rapportages en observaties gaat bestaan.


Met Een Papieren Meisje wil ik het meisje dat ik was alsnog een stem geven, en daarmee misschien ook andere ‘papieren kinderen’.


Mocht het je interesseren, dan kun je me daar volgen (Wel met een triggerwarning vanwege onderwerpen als seksueel misbruik, zelfbeschadiging en eetstoornissen): https://eenpapierenmeisje.substack.com


Uiteraard blijf ik hier ook hier blogs delen, maar het is fijn om daarnaast een plek te hebben waar ik specifiek meer over mijn ervaringen binnen jeugdzorg kan schrijven.


Op de foto mijn eerste dagboekje waarin ik begon te schrijven toen ik 10 jaar oud was en dat inmiddels van ellende zo’n beetje uit elkaar valt.


Dagboekje

Of de polyvagaaltheorie door de lens van Internal Family Systems


Wat me zo aanspreekt aan Internal Family Systems en de Polyvagaaltheorie, is dat ze allebei klachten en symptomen zien als intelligente aanpassingen aan onveiligheid. Beide modellen verleggen de focus van wat er mis is naar wat iemand heeft geholpen te overleven. En beide benadrukken het belang van veiligheid en relatie.


In de traumasensitieve mindfulnesstraining die ik geef, bied ik beide perspectieven aan, zodat deelnemers hun innerlijke landschap vanuit verschillende lenzen kunnen bekijken. Aan het einde van de training breng ik deze twee benaderingen samen.


Een hoop kwaliteiten waarmee het Zelf binnen IFS wordt beschreven, komen overeen met hoe de ventrale vagale staat binnen de PVT wordt gekarakteriseerd, zoals verbondenheid, kalmte, vertrouwen, nieuwsgierigheid en compassie.


Ook al hebben we er niet altijd toegang toe, het Zelf is altijd aanwezig. Hetzelfde geldt voor de ventrale vagale staat: “Although circumstances may make us feel disconnected from this resource, we all have a ventral vagal state that we can reconnect with and use to anchor in safety.” – Deb Dana in Anchored


In IFS maken we vanuit het Zelf, en dus terwijl de ventrale vagale staat ons systeem overziet, contact met delen die nog in overlevingsenergie zitten. Zo wordt het mogelijk om bij delen die in sympathische of dorsale staat vastzitten aanwezig te blijven zonder ermee te versmelten of overweldigd te worden. Delen kunnen verschillende autonome staten dragen, terwijl het Zelf verankerd blijft in de ventrale vagale staat.


Wanneer we worden ‘getriggerd’, ofwel wanneer een verbannen deel met oude pijn, angst of schaamte omhoog komt, worden beschermende delen actief om te voorkomen dat die pijn of angst opnieuw gevoeld wordt. Op zo’n moment bewegen we vaak richting een sympathische staat of een dorsale vagale staat. Het zou te simpel zijn om delen te reduceren tot louter autonome toestanden. Maar je zou kunnen zeggen dat beschermers deze staten als het ware gebruiken als overlevingsmechanisme, of als het ware in deze staat ‘leven’.


Zodra we ons onveilig voelen en sympathisch geactiveerd raken of dorsaal afsluiten, worden de beschermers actief die in deze toestanden functioneren, of strategieën gebruiken die met deze staten samenhangen. Beschermers die actief worden binnen een sympathische staat zorgen ervoor dat we in beweging blijven om te overleven. Dat kunnen zowel managers als firefighters (brandweerlieden) zijn. Ze kunnen zich bijvoorbeeld uiten in het behouden van controle en perfectionisme, in vijandigheid, of in het gebruik van middelen om spanning te dempen. Beschermers die actief worden binnen een dorsaal vagale staat maken gebruik van zogenaamde shutdownstrategieën. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in dissociatie of gevoelloosheid, extreme vermoeidheid of terugtrekken. Ook hierbij kan het om zowel managers als firefighters gaan. Een specifieke beschermer maakt vaak gebruik van dezelfde strategie, maar delen kunnen uiteraard ook verschillende strategieën inzetten, die samen kunnen gaan met verschillende autonome reacties.


Een beschermer kan strategisch de activatie van het sympathische zenuwstelsel inzetten om ons weg te houden van een toestand van dorsale instorting. Maar ook het tegenovergestelde komt vaak voor, waarbij beschermers juist dorsale afsluiting inzetten om ons te “redden” van overweldigende sympathische activatie. Dat laatste ken ik uit mijn eigen systeem goed, waarbij wanhoop zo ondraaglijk kan voelen dat ik eerder onrustig wordt. Vaak hangt dit samen met wat het systeem op een bepaald moment in het verleden heeft geleerd als relatief veiliger. Iets wat Deb Dana een “home away from home” noemt. Daarmee bedoelt zij dat het zenuwstelsel van ieder mens een voorkeursstaat lijkt te hebben waar het naar terugvalt zodra het onveiligheid ervaart.


Op het moment dat we terechtkomen in een overlevingsstaat, zijn we meestal zodanig vermengd met delen dat we niet genoeg toegang hebben tot de hoeveelheid Zelf-energie die nodig is om contact te maken met deze delen. Een Zelf-geleide therapeut kan op zo’n moment co-regulatie bieden om de cliënt te helpen weer enige houvast te krijgen in regulatie. Dit gebeurt binnen IFS op een manier zonder dat beschermende delen worden onderdrukt of ‘gemanaged’ richting regulatie.


Hoewel co-regulatie met de therapeut in veel vormen van psychotherapie voorkomt, biedt IFS een andere, verwante manier om de neurale circuits van verbinding te oefenen: interne co-regulatie. Waarbij het Zelf van de cliënt de verbinding aangaat met een deel van zichzelf.

Voor veel mensen met complex trauma wordt ventrale regulatie echter niet vanzelfsprekend als veilig ervaren. Beschermers kunnen dan een overlevingsstaat activeren zodra de cliënt meer Zelf-energie ervaart. In de relatie met de therapeut kunnen delen hun angsten en zorgen uiten over het toelaten van Zelf-energie, evenals wat zij nodig hebben. Na verloop van tijd, gedoseerd en na herhaalde positieve ervaringen, kan het steeds veiliger gaan voelen het Zelf te belichamen, waardoor beschermers zich minder genoodzaakt voelen om de toegang ertoe te blokkeren.


Onze ‘verbannen delen’ of exiles dragen lasten die gekoppeld zijn aan de autonome staat waarin het systeem zich bevond op het moment van de overweldigende ervaring. Vaak, maar niet altijd, zijn dat ervaringen van trauma die verbonden zijn met de dorsale vagale staat. Ze voelen zich vaak verloren, wanhopig en eenzaam. Vanuit deze overlevingsstaat hebben ze geen toegang tot veiligheid of verbinding. Op de polyvagale ladder bevinden ze zich helemaal onderaan, waar de hoop en verbondenheid van de ventrale staat onbereikbaar kunnen lijken. Wanneer we vertrouwen en relatie hebben opgebouwd met beschermers en er genoeg veiligheid wordt ervaren, kunnen we ons naar deze delen toewenden en kan heling ontstaan wanneer een exile niet langer alleen hoeft te dragen wat het draagt, en wanneer die lasten stap voor stap kunnen worden gezien, gevoeld en losgelaten in aanwezigheid vanuit het Zelf.


Onderstaand schema, geïnspireerd op de polyvagale ladder van Deb Dana, heb ik gemaakt om beide modellen met elkaar te verbinden. Daarbij liet ik mij onder andere inspireren door Ruth Culver, die deze twee benaderingen ook combineert binnen een soortgelijk schema: https://calmheart.co.uk/resources/


Daarbij wil ik nog vermelden dat dit schema de complexe processen in zowel het autonome zenuwstelsel als in innerlijke delen sterk vereenvoudigt. In werkelijkheid bewegen mensen voortdurend tussen verschillende staten en kunnen meerdere staten tegelijk actief zijn, net zoals er binnen IFS verschillende delen gelijktijdig aanwezig kunnen zijn naast (momenten van) Zelfleiderschap. Twee van deze gecombineerde autonome staten heb ik in het schema een plek gegeven: freeze (sympathisch en dorsaal) en fawn (ventraal in combinatie met sympathisch of dorsaal). In werkelijkheid zijn er echter nog meer variaties mogelijk. Daarnaast kunnen delen ook vanuit een ventraal vagale staat functioneren, bijvoorbeeld Self-like parts of delen die niet of niet (meer) belast zijn met trauma en extreme rollen. Soms zie je dat exiles na unburdening juist energie, speelsheid of creativiteit terug in het systeem brengen.


Polyvagale ladder en Internal Family Systems

Bij het schrijven van bovenstaande tekst heb ik me mede laten inspireren door de vierdaagse workshop van Deb Dana en Alexia Rothman via IFS Portugal, en door het webinar van Frank Anderson en Jan Winhall via het Polyvagal Institute.

Foto van Paul Richards via Unsplash
Foto van Paul Richards via Unsplash

Het idee dat tijd zich als een rechte lijn voortbeweegt voelt voor veel mensen vanzelfsprekend. Het verleden ligt achter ons, de toekomst voor ons, en het leven beweegt zich stap voor stap vooruit. 


Herstel of heling wordt binnen dit tijdsbeeld vaak gezien als een beweging van punt A naar punt B. Je gaat van ziek naar gezond, van trauma naar verwerking. Wanneer oude pijn dan terugkomt kan dat voelen als falen. Een terugval lijkt dan een stap terug in de tijd, alsof de lijn van herstel wordt onderbroken.


Maar dit lineaire tijdsbegrip is slechts één manier om naar tijd te kijken. Andere tijdsbegrippen kunnen soms beter aansluiten bij hoe we ervaringen van trauma, verlies en herstel werkelijk beleven.


Veel niet-westerse en inheemse culturen hanteren een cyclisch tijdsbesef. Tijd wordt daarin niet gezien als een rechte lijn maar als een terugkerende beweging. Zoals de seizoenen die telkens opnieuw komen, rituelen die zich herhalen, of de cyclus van leven en dood. 


Vanuit een cyclisch tijdsbesef hoeft de terugkeer van oude pijn niet te betekenen dat je weer terug bent bij af. Het kan ook betekenen dat je dezelfde pijn opnieuw tegenkomt, maar telkens vanuit een andere plek. De beweging van herstel lijkt dan minder op een rechte lijn en meer op een spiraal, waarin herhaling en verdieping samenkomen.


Zo ervaar ik dat ook in mijn eigen proces. Het is alsof elke nieuwe levensfase die ik inga weer een nieuwe laag van verwerking of heling met zich meebrengt. Wat op het moment zelf soms voelt als een terugval, blijkt later soms een diepere ontmoeting met dezelfde pijn. Een ontmoeting waarin telkens ook weer nieuwe heling mogelijk wordt.


Wanneer oude pijn terugkeert, kan dat ook betekenen dat er nu meer draagkracht, stabiliteit en veiligheid is ontstaan. Waardoor er ruimte komt om een deel of traumatische ervaring te ontmoeten dat eerder nog te overweldigend was.


Er wordt steeds opnieuw teruggekeerd naar dezelfde oude pijn, maar met andere ogen en met nieuwe kennis. Daardoor verandert ook de betekenis van wat er gebeurd is. Niet doordat de gebeurtenis uit het verleden verandert, maar doordat onze relatie ermee verandert. 


We komen opnieuw langs dezelfde plekken, maar niet meer als dezelfde persoon.

bottom of page