top of page

Wat me zo aanspreekt aan Internal Family Systems (IFS) en de Polyvagaaltheorie, is dat ze allebei uitgaan van heling door verbinding. Niet door strijd of controle, maar door relatie, veiligheid en nieuwsgierige aanwezigheid, in onszelf én met anderen.


Twee mensen houden elkaars handen vast

De Polyvagaaltheorie legt de nadruk op de fysiologische kant van verbinding. Ons zenuwstelsel is gebouwd om verbinding te zoeken. Volgens deze theorieën scant ons autonome zenuwstelsel voortdurend op signalen van veiligheid of dreiging. Herstel wordt pas mogelijk wanneer ons systeem veiligheid ervaart. Wanneer we veiligheid ervaren activeert het ventrale vagale systeem, ook wel het sociale betrokkenheidssysteem genoemd. In deze toestand voelen we ons verbonden met onszelf, met anderen, met het leven. Ons zenuwstelsel laat zich daarbij niet sturen door druk of forceren, veiligheid kan niet worden afgedwongen. Het ontstaat in aanwezigheid. Verbinding is hier dus letterlijk een voorwaarde voor regulatie: via co-regulatie met anderen leren we onszelf te kalmeren. We hebben elkaars aanwezigheid nodig om ons veilig te voelen.


Binnen IFS staat de innerlijke verbinding centraal, de relatie tussen onze verschillende innerlijke delen en ons ‘Zelf’. Volgens IFS is onze psyche van nature meervoudig. We hebben allemaal innerlijke delen; delen die ons beschermen, en delen die zij beschermen en onze pijnlijke ervaringen en emoties dragen. In plaats van onze innerlijke delen te willen veranderen of weg te duwen, nodigt IFS uit om vanuit ons Zelf met nieuwsgierigheid, compassie en respect met ze in contact te komen. Dat heet interne co-regulatie: het vermogen om vanuit het Zelf aanwezig te blijven bij onze eigen innerlijke delen. Ook hier ontstaat heling in de relatie: als de delen zich gezien, gehoord en begrepen voelen door het Zelf, ontstaat er meer innerlijke harmonie.


Beide vullen elkaar mooi aan. De Polyvagaaltheorie laat zien hoe veiligheid en regulatie ontstaan in relatie met anderen, terwijl IFS uitnodigt om diezelfde kwaliteit van aanwezigheid naar binnen te brengen. Vaak is het eerst nodig om veiligheid te ervaren in de relatie, waarin de therapeut vanuit zijn of haar Zelf aanwezig is en op die manier co-regulatie biedt. Vanuit die gedeelde veiligheid kan er vervolgens naar binnen gekeerd worden. Soms is het juist helpend om te beginnen met de interne verbinding, waardoor het ook veiliger wordt om in contact te zijn met een ander.


In veel vormen van therapie of zelfontwikkeling ligt de nadruk op veranderen, overwinnen of corrigeren. IFS en de Polyvagaaltheorie nodigen juist uit tot aanwezigheid, luisterenen begrijpen. Om vanuit verbinding en relatie de veiligheid te gaan ervaren om dingen anders te gaan doen, in plaats van uit dwang of controle.

Bijgewerkt op: 12 nov 2025

In de jeugdpsychiatrie ben ik als het ware grootgebracht met het invullen van G-schema’s. Ik leerde: mijn gedachten veroorzaken mijn gevoelens, en mijn gevoelens veroorzaken mijn gedrag.


Telkens wanneer ik ongewenst gedrag vertoonde (‘acting-out’), moest ik een G-schema invullen. Braaf vulde ik het in, maar aan mijn gedrag veranderde niets. Het leidde tot veel frustratie, bij mezelf en anderen. Ik verweet mezelf dat ik niet gewoon anders kon denken. Dat zou immers alles oplossen.


Ik wist wat ik moest denken, wat een helpende gedachte zou zijn. Waarom lukte het me dan niet om die helpende gedachte te denken op het moment dat dat nodig was?


Pas veel later, op volwassen leeftijd leerde ik tijdens een mindfulnesstraining dat het ook andersom werkt. Gedachten beïnvloeden gevoelens, maar gevoelens beïnvloeden óók gedachten. Het perspectief van de Polyvagaaltheorie voegde daar nog iets wezenlijks aan toe: of je je veilig of onveilig voelt, bepaalt in de kern hoe je de wereld ervaart, je voelt én de aard van je gedachten.


Wanneer je je onveilig voelt en in de sympathische staat (vechten/vluchten) bent, krijgen gedachten vaak de vorm van ‘ik moet…’ Je gedachten worden gedreven door een gevoel van urgentie en overleving, en je reageert vaak reactief in plaats van doordacht.


In de dorsaal-vagale staat (ineenstorting/shutdown) nemen ze eerder de vorm aan van ‘ik kan niet…’

In deze staat kan alles erg wanhopig voelen, waardoor perspectief totaal onbereikbaar is.


En de bevriezingsstaat (een combinatie van beide) kenmerkt zich door ‘ik moet, maar ik kan niet’.


Pas wanneer je je weer veilig genoeg voelt, kan het denken opener worden; genuanceerder, met meer perspectief: ‘ik kan’.


De Polyvagaaltheorie bood mij een ander perspectief op ons denken. Het liet me zien dat denken niet losstaat van ons lichaam, maar beïnvloed wordt door onze staat van zijn. Vanuit dit perspectief wordt duidelijk dat we niet altijd anders kunnen denken zolang ons systeem onveiligheid ervaart.


In plaats van top-down te proberen mijn gedachten te beheersen of te veranderen, kon ik nu bottom-up werken aan regulatie en veiligheid. Zo begon ik te begrijpen dat mijn gedachten een weerspiegeling zijn van mijn zenuwstelsel en dat ze, net als mijn gevoelens, kunnen veranderen zodra er ruimte en veiligheid ontstaat.




G-schema


Steeds vaker kom je claims tegen als: ‘Reset je zenuwstelsel’, met een simpele oefening die in 30 seconden tot een paar minuten ontspanning belooft. ‘Nervus vagus oefeningen’ worden daarbij vaak gepresenteerd als een soort tovertrucs. Je ziet claims langskomen als: ‘Met deze oefening kom je direct van je angst af’. Alsof je een knop indrukt en je angst en onrust zijn verdwenen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar zo werkt ons zenuwstelsel niet.


Sterker nog: zulke claims kunnen er juist voor zorgen dat sympathische activatie langer aanhoudt. Vanuit die staat kan er een sterke drang zijn om gevoelens van angst of onrust weg te willen maken door er als het ware de strijd mee aan te gaan. Zinnen als ‘kom je direct van je angst af’ spelen daar handig op in. Daarmee blijft de boodschap aan je systeem eigenlijk: deze gevoelens zijn gevaarlijk, ze moeten snel weg.


Zenuwstelselregulatie gaat niet over het bestrijden van angst of andere gevoelens. Het gaat om afstemmen op wat er nu is en jezelf steun te kunnen bieden terwijl je aanwezig blijft bij wat er speelt. In plaats van: hoe kom ik hier zo snel mogelijk vanaf, wordt de vraag: wat helpt me om dit te dragen en hierdoorheen te bewegen?


Herkennen en afstemmen



Wat hierin erg behulpzaam kan zijn is het leren herkennen waar je je bevindt qua activatie en je daarop leren afstemmen. Bevind je je bijvoorbeeld in een sympathische staat, waarin je lichaam veel energie en spanning vasthoudt? Dan kan het steunend zijn om die energie te ontladen door bijvoorbeeld te sporten of dansen. Soms helpt juist vertraging en ontspanningsoefeningen, maar meestal pas wanneer de spanning wat gezakt is en er ruimte is om tot rust te komen. Bevind je je juist in een dorsale staat, waarin alles zwaar en verdoofd voelt? Dan kan het goed zijn om juist wat energie toe te voegen: rustig te bewegen of voorzichtig wat contact te zoeken.


Oefeningen die specifiek de nervus vagus aanspreken kunnen daarbij ondersteunend zijn, maar ‘gewone dingen’ werken vaak net zo goed. Wandelen, in de natuur zijn, muziek luisteren, dansen, zingen of afspreken met een vriend(in): allemaal manieren die je regulatie kunnen brengen.


Zenuwstelselregulatie is geen trucje dat je in een paar seconden onder de knie hebt. Welke oefeningen ondersteunend zijn, kan bovendien erg persoonlijk verschillen. Het is een proces van leren voelen, afstemmen en oefenen.


Workshop: Breng je zenuwstelsel in kaart


In de workshop ‘Breng je zenuwstelsel in kaart’ leer je precies waar dit blog over gaat: herkennen in welke staat je zenuwstelsel zich bevindt, afstemmen op wat je dan nodig hebt en vervolgens ontdekken welke hulpbronnen en oefeningen jou kunnen ondersteunen. Zo krijg je praktische handvatten om meer zicht en grip te krijgen op je eigen regulatieproces.


Data: 7 en 14 september 2025

Tijd: 13 tot 16 uur

Locatie: Studio Oost West Rotterdam, Westblaak 122C

Kosten: 95 euro


bottom of page