top of page
Een persoon die verschillende overlappende emoties ervaart

Overleving door minder te voelen

Volwassenen met complex trauma hebben als kind vaak geleerd te overleven door emoties minder of helemaal niet te voelen. Wanneer een omgeving langdurig onveilig, afhankelijk makend of onvoorspelbaar is, kan een kind niet rekenen op een volwassene die beschikbaar, afgestemd en veilig is. Terwijl juist die stabiele aanwezigheid nodig is om te leren omgaan met emoties.


Regulatie leren we in verbinding

Een jong kind kan emoties of stress nog niet zelfstandig reguleren. Co-regulatie is nodig om gezonde zelfregulatie te ontwikkelen. Via een aanwezige, kalme en afgestemde ouder of verzorger leert het zenuwstelsel hoe spanning kan oplopen en weer kan zakken. Het systeem stemt zich af op de regulatie van de ander. Zo leert het lichaam dat het tot rust kan komen, dat emoties er mogen zijn, en dat er steun beschikbaar is. Door herhaalde ervaringen groeit het vertrouwen dat gevoelens hanteerbaar zijn.


Wanneer die afstemming ontbreekt

Als co-regulatie ontbreekt, of wanneer het uiten van emoties eerder gevaar dan steun oplevert, gaat het zenuwstelsel emoties zien als bedreigend. Gevoelens en behoeften worden dan onderdrukt of verdoofd, bijvoorbeeld door dissociatie of zelfbeschadigend gedrag.


Ooit bescherming, later een probleem

Op volwassen leeftijd lijkt dit gedrag op emotionele ontregeling, maar in oorsprong zijn het vormen van regulatie. Misschien geen gezonde of gewenste vormen, maar manieren waarop het systeem probeerde om een draaglijke balans te creëren toen er geen andere opties beschikbaar waren. Deze strategieen worden automatische patronen. Wat ooit ter bescherming diende, kan later worden ervaren als het probleem.

Wanneer overleven betekent dat je niet voelt, is verwerken en tot rust komen niet mogelijk. Het systeem blijft dan alert en in een overlevingsmodus.


Wat er niet gebeurde

Bij complex trauma zit de kern niet alleen in wat er is gebeurd, maar ook in wat er níet is gebeurd: het ontvangen van veiligheid, steun en afstemming. En het is juist daar dat herstel kan beginnen.



Wat me zo aanspreekt aan Internal Family Systems (IFS) en de Polyvagaaltheorie, is dat ze allebei uitgaan van heling door verbinding. Niet door strijd of controle, maar door relatie, veiligheid en nieuwsgierige aanwezigheid, in onszelf én met anderen.


Twee mensen houden elkaars handen vast

De Polyvagaaltheorie legt de nadruk op de fysiologische kant van verbinding. Ons zenuwstelsel is gebouwd om verbinding te zoeken. Volgens deze theorieën scant ons autonome zenuwstelsel voortdurend op signalen van veiligheid of dreiging. Herstel wordt pas mogelijk wanneer ons systeem veiligheid ervaart. Wanneer we veiligheid ervaren activeert het ventrale vagale systeem, ook wel het sociale betrokkenheidssysteem genoemd. In deze toestand voelen we ons verbonden met onszelf, met anderen, met het leven. Ons zenuwstelsel laat zich daarbij niet sturen door druk of forceren, veiligheid kan niet worden afgedwongen. Het ontstaat in aanwezigheid. Verbinding is hier dus letterlijk een voorwaarde voor regulatie: via co-regulatie met anderen leren we onszelf te kalmeren. We hebben elkaars aanwezigheid nodig om ons veilig te voelen.


Binnen IFS staat de innerlijke verbinding centraal, de relatie tussen onze verschillende innerlijke delen en ons ‘Zelf’. Volgens IFS is onze psyche van nature meervoudig. We hebben allemaal innerlijke delen; delen die ons beschermen, en delen die zij beschermen en onze pijnlijke ervaringen en emoties dragen. In plaats van onze innerlijke delen te willen veranderen of weg te duwen, nodigt IFS uit om vanuit ons Zelf met nieuwsgierigheid, compassie en respect met ze in contact te komen. Dat heet interne co-regulatie: het vermogen om vanuit het Zelf aanwezig te blijven bij onze eigen innerlijke delen. Ook hier ontstaat heling in de relatie: als de delen zich gezien, gehoord en begrepen voelen door het Zelf, ontstaat er meer innerlijke harmonie.


Beide vullen elkaar mooi aan. De Polyvagaaltheorie laat zien hoe veiligheid en regulatie ontstaan in relatie met anderen, terwijl IFS uitnodigt om diezelfde kwaliteit van aanwezigheid naar binnen te brengen. Vaak is het eerst nodig om veiligheid te ervaren in de relatie, waarin de therapeut vanuit zijn of haar Zelf aanwezig is en op die manier co-regulatie biedt. Vanuit die gedeelde veiligheid kan er vervolgens naar binnen gekeerd worden. Soms is het juist helpend om te beginnen met de interne verbinding, waardoor het ook veiliger wordt om in contact te zijn met een ander.


In veel vormen van therapie of zelfontwikkeling ligt de nadruk op veranderen, overwinnen of corrigeren. IFS en de Polyvagaaltheorie nodigen juist uit tot aanwezigheid, luisterenen begrijpen. Om vanuit verbinding en relatie de veiligheid te gaan ervaren om dingen anders te gaan doen, in plaats van uit dwang of controle.

Bijgewerkt op: 12 nov 2025

In de jeugdpsychiatrie ben ik als het ware grootgebracht met het invullen van G-schema’s. Ik leerde: mijn gedachten veroorzaken mijn gevoelens, en mijn gevoelens veroorzaken mijn gedrag.


Telkens wanneer ik ongewenst gedrag vertoonde (‘acting-out’), moest ik een G-schema invullen. Braaf vulde ik het in, maar aan mijn gedrag veranderde niets. Het leidde tot veel frustratie, bij mezelf en anderen. Ik verweet mezelf dat ik niet gewoon anders kon denken. Dat zou immers alles oplossen.


Ik wist wat ik moest denken, wat een helpende gedachte zou zijn. Waarom lukte het me dan niet om die helpende gedachte te denken op het moment dat dat nodig was?


Pas veel later, op volwassen leeftijd leerde ik tijdens een mindfulnesstraining dat het ook andersom werkt. Gedachten beïnvloeden gevoelens, maar gevoelens beïnvloeden óók gedachten. Het perspectief van de Polyvagaaltheorie voegde daar nog iets wezenlijks aan toe: of je je veilig of onveilig voelt, bepaalt in de kern hoe je de wereld ervaart, je voelt én de aard van je gedachten.


Wanneer je je onveilig voelt en in de sympathische staat (vechten/vluchten) bent, krijgen gedachten vaak de vorm van ‘ik moet…’ Je gedachten worden gedreven door een gevoel van urgentie en overleving, en je reageert vaak reactief in plaats van doordacht.


In de dorsaal-vagale staat (ineenstorting/shutdown) nemen ze eerder de vorm aan van ‘ik kan niet…’

In deze staat kan alles erg wanhopig voelen, waardoor perspectief totaal onbereikbaar is.


En de bevriezingsstaat (een combinatie van beide) kenmerkt zich door ‘ik moet, maar ik kan niet’.


Pas wanneer je je weer veilig genoeg voelt, kan het denken opener worden; genuanceerder, met meer perspectief: ‘ik kan’.


De Polyvagaaltheorie bood mij een ander perspectief op ons denken. Het liet me zien dat denken niet losstaat van ons lichaam, maar beïnvloed wordt door onze staat van zijn. Vanuit dit perspectief wordt duidelijk dat we niet altijd anders kunnen denken zolang ons systeem onveiligheid ervaart.


In plaats van top-down te proberen mijn gedachten te beheersen of te veranderen, kon ik nu bottom-up werken aan regulatie en veiligheid. Zo begon ik te begrijpen dat mijn gedachten een weerspiegeling zijn van mijn zenuwstelsel en dat ze, net als mijn gevoelens, kunnen veranderen zodra er ruimte en veiligheid ontstaat.




G-schema

bottom of page